Indicator 7: Hernieuwbare energie

Het aandeel van hernieuwbare energie in het totale energieverbruik in Nederland is gestegen van 1,1% in 1990 tot 8,8% in 2019. De afgelopen jaren is dit aandeel steeds wat meer achtergebleven bij het gemiddelde van de EU. En dat terwijl Nederland al vrijwel het slechtste ‘jongetje van de klas’ is en ook nog eens – ten onrechte – het omstreden gebruik van de biomassa meetelt.
De productie van elektriciteit en warmte komt in 2019 vooral van biomassa (40%), wind (40%) en zon (20%). In 2000 waren die percentages nog 72% (biomassa), 24% (wind) en de rest kwam een beetje van de zon en verder uit waterkracht.
Het lijkt haalbaar om de doelstelling voor Nederland voor 2023 te halen. Om in de pas te gaan lopen met de EU-doelstellingen van de EU voor 2030 en 2050 zal nog heel erg veel – extra –moeten gebeuren.

Welke extra stappen kunnen we zetten om toch
de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen?

Net als voor het verminderen van de CO2 uitstoot bestaan er voor de omschakeling naar het gebruik van hernieuwbare energie vele programma’s en subsidiemogelijkheden. Veel gemeenten maken zich hier ook sterk voor, samen met andere organisaties. Daarvoor zijn Regionale Energiestrategieën (RES) opgesteld.
Ook inwoners kunnen zelf veel doen op dit gebied, via woningisolatie, energiebesparing, zonnepanelen op het eigen dak of dat van anderen en nog veel meer. Alleen of samen met anderen. Er zijn veel initiatieven, ook op dit terrein.

Bron data: CBS, Eurostat
Bron doelstellingen: Klimaatakkoord Nederland, Green Deal EU


Hernieuwbare energie omvat energie van zon en wind, van aard- en bodemwarmte, van waterkracht en afvalverbranding, en van biomassa, al is het gebruik van biomassa omstreden.


Achtergrondinformatie en reacties

Luister hier eens naar:
https://decorrespondent.nl/12408/de-rechter-dwingt-shell-tot-een-koerswijziging-vanwege-klimaatverandering-wat-zijn-de-gevolgen

14 juni 2021
Redactie